Column: Boodschappen

Vrijdagmiddag zes uur, ik ben in mijn auto onderweg naar huis. Ik realiseer me dat ik gisteravond al verbaasd was over de enorme afwezigheid van voedsel in mijn koelkast. Ik overwoog mijn opties. Omdat een pizzeria meestal geen wokgroenten, melk, chocola en cornflakes bezorgt, concludeerde ik dat er niet veel anders op zat dan met tegenzin boodschappen te gaan doen.Bij de supermarkt aangekomen bleek dat ik net niet het juiste muntje in mijn portemonnee had dat nodig is om een winkelwagen te ontkoppelen. De echte doorgewinterde boodschappers hebben van die speciale muntjes die voor winkelwagentjes gemaakt zijn. Ik probeer uit alle macht niet zo’n doorgewinterde boodschapper te worden. Geld wisselen vond ik te omslachtig en tijdrovend, daarom besloot ik mijn oude en inmiddels beproefde methode te gebruiken. Het welbekende blauwe mandje met twee hengsels die je samenvoegt zodat het ding te dragen is. Bij mijn tochten door de supermarkt hanteer ik blijkbaar een soort automatische piloot. Want, eenmaal thuis realiseer ik me dat ik bijna altijd met dezelfde producten thuiskom. Om mezelf eens te verrassen besloot ik een andere route door de supermarkt te nemen, in de hoop een frisse wind door mijn vastgeroeste koopgedrag te laten waaien.

Op zich was dit geen slecht idee. Al was het achteraf gezien wel verstandiger geweest als ik dit dappere besluit had genomen in de wetenschap dat ik alles in een wagentje had kunnen leggen in plaats van in een mandje. Halverwege was het mandje al dermate zwaar geworden dat mijn arm begon te branden en de hengsels ongemakkelijk in mijn hand sneden. Het ding overpakken van hand naar hand brengt tijdelijk verlichting, maar zorgt uiteindelijk voor twee zere handen. In het begin van het laadproces kunnen de boodschappen er zonder al te veel aandacht voor plaats ingestopt worden.

Gaandeweg ontstaat er echter een moment dat het nieuwe artikel eraf glijdt als je het bovenop legt. Het artikel een beetje tussen andere boodschappen en de rand van het mandje proppen is een voor de hand liggende oplossing. Met een mandje vol nieuwe producten en hengsels die bijna loskwamen door het gewicht van het six-pack Cola light, blikken soep en de melk, besloot ik naar de kassa te gaan. De chocola, waarvan ik me had voorgenomen die niet mee te nemen, was het laatste artikel dat ik langs de rand erin duwde. Ik realiseerde me dat het plaatsen van producten in de schappen strategisch gebeurt en dat ik daar als een naïeve consument voor was gevallen. Het feit dat ik me er bewust van was maakte het minder erg vond ik. Het besef zorgde ervoor dat ik er vrede mee had dat ik in de val was gelopen. Het argument dat ik ter verdediging aanvoerde; “ach, het is weekend, morgen weer even sportschool” klonk volkomen legitiem en logisch.

Een kleine, wat forsgebouwde vrouw van middelbare leeftijd kwam gelijktijdig met mij bij de kassa aangelopen. Haar Burberry tas had hetzelfde motief als haar bril. De pootjes van de bril waren overdreven dik om meer oppervlakte te creëren het merk te etaleren. Om haar nek droeg ze een kraagje dat er alle schijn van had nog in leven te zijn. De geruite broek tot net boven haar kuiten was in mijn ogen nu nét het kledingstuk dat ze het best in de kast had kunnen laten hangen. Het leren jasje met gespen, dat slechts de helft van haar lichaam bedekte, leende ze vermoedelijk van haar dochtertje uit groep zes. Het leer van haar laarsjes moest van buitensporig goede kwaliteit zijn, getuige het feit dat ze de duidelijk zichtbare druk van haar forse kuiten konden weerstaan.

Er ontstond een fractie van een seconde onduidelijkheid over wie het recht had op de volgende plek in de rij.Het kleine bontkraagje op hakjes nam initiatief. Ze vermeed oogcontact met me en probeerde nonchalant de eerste plek te bemachtigen door sneller te gaan lopen. De combinatie van haar forse postuur, de hakjes en middelbare leeftijd, zorgde ervoor dat het een ongemakkelijk ogende sprint werd. Het vermijden van oogcontact moest de suggestie wekken dat ze zich totaal niet bewust was van haar geclaimde positie.

Blijkbaar ontstond er toch iets van gewetenswroeging want plotseling wendde ze zich tot mij, ondanks de suggestie dat ze me dus eigenlijk niet gezien had. Om onze relatie enigszins te herstellen, stelde ze me de sociaal wenselijke vraag; “Ik had niet gezien dat je eraan kwam..! Was ik eigenlijk wel eerst ? ”. Door het stellen van de vraag viel ze door de mand.Ik voelde een grijns opkomen, ingegeven door een triomfantelijk gevoel. Mijn hypothese ten aanzien van de situatie bleek juist .“Nou nee, dat niet. Maar u deed zo uw best om voor me te komen dat u die plek dubbel en dwars verdiend heeft vind ik !” antwoordde ik glimlachend terwijl ik naar haar toe boog om een blokje te pakken dat de boodschappen van elkaar scheidt. Ze gunde me nog een minachtende blik toen ze wegliep bij de kassa. Mijn boodschappen werden inmiddels gescand. Ik bedacht me dat ik een aantal dingen had gepakt waar een bonus korting op van toepassing was. Ik twijfelde, maar als een echte Nederlander haalde ik mijn bonuskaart tevoorschijn en overhandigde die wat beschaamd aan Tanja, het meisje dat achter de kassa zat. Bonuskaarten en dat soort toestanden zijn eigenlijk dingen waar ik me tegen verzet, echter de besparing van 1.05 euro gaf me toch het gevoel dat ik “het systeem” versloeg.

De 59,50 euro op de display van de kassa refereerde inderdaad aan het bedrag van mijn boodschappen.Verbazing overviel me. Omdat ik me afvroeg hoe het in hemelsnaam mogelijk is 59,50 euro in een mandje te proppen ontging de vraag van Tanja me totaal. Een wagentje vullen met 59,50 ja, dat kan ik begrijpen, daar past nog veel meer in. Maar een mandje ? “Tjonge, hoe is het mogelijk ?” vroeg ik me hardop af.
Blijkbaar had ik de vraag van Tanja inmiddels onbewust beantwoord, want voor ik het wist werd niet alleen mijn bonnetje, maar ook een stapeltje zegels in mijn handen gedrukt.

Daar stond ik, twee boodschappentassen van de supermarkt in mijn hand, zojuist een bonuskaart gebruikt om 1.05 euro te besparen, en tot overmaat van ramp ook nog zegels gekocht. Ik stond daar alles te zijn waar ik doorgaans scherpe columns over schrijf. Ik kwam buiten en stopte even. Ik pakte 1.05 euro en gooide dat in de doos van de Oost-Europese accordeonist die buiten de supermarkt op een krukje zat te spelen. Zijn glimlach gaf me de indruk dat hij precies wist wat er zich zojuist allemaal had afgespeeld. Hij zat daar, beheerste zijn instrument, speelde. Onderweg naar de auto vroeg ik me af of hij een bonuskaart zou gebruiken en zegels zou kopen als hij boodschappen doet. In gedachten liep ik met twee tassen naar mijn auto. Misschien wordt het tijd voor sloffen in huis……

Patrick van Neerden Site-Kick.nl Training & Coaching

Related Posts

Column: Tim
Column: Ach, dat hoort erbij…
Body & Brein