Column: Tim

11 april 2010

Vandaag staat Amsterdam op het programma. Regelmatig geef ik gastlessen voor bedrijven of onderwijsinstellingen, zo ook vandaag.
Ditmaal stond er een waarbaarheidstraining op het programma voor studenten die op het punt staan te starten met hun jaarstage. Buiten hier en daar wat fysieke oefeningen om de studenten te wapenen tegen de kleine maar dodelijke monsters van het speciaal onderwijs, of de levensgevaarlijke bewoners van een psychogeriatrische instelling, ligt het accent vooral op het aangeven van grenzen en het voor jezelf opkomen. Veel startende stagiaires vinden het moeilijk de eigen grenzen aan te geven als gevraagd wordt om een zoveelste weekend nachtdienst te draaien.
Door ruim voor aanvang van de les aanwezig te zijn, ben ik in de gelegenheid de ruimte te leren kennen en de opstelling te bepalen. Belangrijker nog, de individuen die gezamenlijk de groep vormen kan ik binnen zien komen. Deze binnenkomst is doorgaans een boeiende aangelegenheid. Meisjes die zich overduidelijk met enige tegenzin in sportief uitziende kleding hebben gehuld, maar hun uiterste best doen er toch “goed uit te blijven zien”.
De misvatting heerst vaak dat sportkleding hen geen recht doet. Drie van deze meiden staan bij elkaar geclusterd en kijken tussen het mopperen door defensief de wereld in. Klaar om wat dan ook te veroordelen of op voorhand af te wijzen. Nadat een van hen de andere twee attendeert op mijn aanwezigheid werpen ook de andere twee even een blik mijn kant op.
Hun ogen ontmoeten de mijne. Ze realiseren zich dat ik het hele proces heb bekeken, inclusief het gemopper en het feit dat een deel van het gesprek over mij ging.
Er wordt wat gegiecheld en beschaamd kijken ze weg. Ik ben me bewust van de vooroordelen die gepaard gaan met mijn uiterlijke verschijning. Duidelijk is, dat ik zo af en toe een stukje ijzer optil in de sportschool, mijn kale hoofd versterkt het idee van “gevaarlijk”, een ietwat norse, soms zelfs bozige uitdrukking bedekt doorgaans mijn gelaat. Daarnaast associëren ze het thema van de les, “weerbaarheid” met schoppen en slaan. Aangezien de onderwijsinstelling mij benaderd heeft deze training te verzorgen, moet ik daar wel bedreven in zijn, is over het algemeen de inschatting.
Als ik na een aantal momenten van indringend oogcontact zonder verbale ondersteuning de onverdeelde aandacht van iedereen in de zaal heb, heet ik iedereen met een zachte stem van harte welkom. Ter ondersteuning sta ik op en neem een open houding aan. Glimlachend zoek ik oogcontact met alle aanwezigen. Uit ervaring en evaluatie van de vorige lessen weet ik dat de paradox nu een feit is. De bovengenoemde omschrijving in combinatie met een beheerste toon en zorgvuldig gekozen woorden brengt de psyche even van slag. De logische verbanden waarnaar de hersenen altijd op zoek zijn vallen plots weg. Ik verwijt de studenten daarom ook niet dat ze mij op basis van uiterlijke kenmerken stigmatiseerden. De kwalificatie “relatief onderontwikkelde sportschool jongen” vraagt plotseling bijstelling.
Maar, dit deel van de les is nog niet aangebroken. Niet alle studenten zijn binnen dus ik kijk naar het groepje dat inmiddels wel de gymzaal heeft gevonden. Dan plotseling wordt mijn blik naar de deur getrokken. Een lange blonde verschijning neemt bezit van de deuropening. Hij staat stil en neemt de tijd om de gymzaal in zich op te nemen. Al vrij snel hebben we oogcontact. Een opgewekt en vrolijk “Hallo..!” klinkt door de gymzaal. Dit was het begin van, zoals later bleek de tien meest vermakelijke minuten van mijn week.
De lange blonde jongen doet een paar passen naar voren in de richting van de berging met sport en spelmateriaal. Zijn periferie lijkt net iets langer dan nodig. Dit zorgt ervoor dat zijn bewegingen een wat slungelachtig karakter krijgen.
Twee jongens die al enige tijd binnen zijn, doden de tijd door rustig en beheerst samen een bal hoog te houden. De spierwitte sportschoenen onder haast nog wittere benen, wekken de indruk dat zijn voeten buitensporig van afmeting zijn.
Hij loopt opgewekt richting de twee voetballende jongens. Alle non-verbale signalen die ik tot dusver ontving, wijzen erop dat het een lastige opgave wordt om op dezelfde manier met de bal om te gaan als de twee jongens. Ik schat in dat hij niet de vaardigheid van de twee voetballers heeft. Het lijkt me dat hij zich dat binnen 1 minuut realiseert en iets anders gaat doen. Optimistisch forceert hij zich tussen het tweetal en eist op een speelse manier de bal op. Het opwippen van de bal en vervolgens het been eromheen zwaaien blijkt een veel te optimistische actie. Een van de twee lange benen raakt de andere tijdens de beoogde rondzwaai waardoor er een balansverstoring ontstaat. Door te zwaaien met zijn armen probeert dit motorische wonder zijn evenwicht te hervinden. Uiteindelijk biedt een redelijk harde confrontatie met de muur weer stabiliteit.
Mijn ingeschatte minuut bleek optimistisch. De twee pogingen die nog geen twintig seconden in beslag namen, maakten duidelijk dat zijn kwaliteiten op een ander vlak liggen.
Hij doet het meest voor de hand liggende dat iemand in een dergelijk geval met een voetbal kan doen.
Hij schopt er hard tegenaan… zich niet realiserend dat zijn beperkte motoriek ertoe zou kunnen leiden dat de bal niet exact de baan volgt die hij in gedachten had. Normaal gesproken spreek ik mensen aan op risicovol gedrag. In dit geval was er echter totaal geen intentie om een ander schade te berokkenen. Ik kon me volledig inleven in zijn reactie. Het feit dat een klasgenoot door een verbluffende maar uiterst nonchalante reactie op het nippertje kon voorkomen dat hij gescalpeerd werd, gaf het geheel een vermakelijk tintje. Dit werd versterkt door de reactie van de klasgenoot die bijna door (zoals later bleek genaamd) “Tim” van het leven werd beroofd.
De te verwachten en logische scheldkanonnade bleef geheel uit. In plaats daarvan ging er een wat meewarige, moedeloze blik richting de schutter. “tja, weerbaarheidstraining vandaag hé?! Ik bereid je vast voor! ” Pareerde Tim het genuanceerde blijk van ongenoegen.
Tim was inmiddels met een weinig gracieus drafje op weg naar zijn volgende avontuur. Het feit dat hij de veters van zijn schoenen bewust los liet hangen, leek mij in het geval van Tim gevaarlijker dan met een stalen paal in een open veld gaan staan tijdens een onweersbui. Hij had de twee dikke valmatten ontdekt die ik standaard in de hoek van de zaal klaarleg om een plek te creëren waar we met elkaar kennis kunnen maken, en stage situaties kunnen bespreken.
Vol overtuiging springt hij op de eerste mat met de bedoeling een salto te maken. Een basisregel bij het maken van een salto is dat je het lichaam compact maakt als een balletje om snel te kunnen draaien. Een gebrekkige motoriek gekoppeld aan een lang lichaam dat in elkaar getrokken moet worden is een lastige combinatie. De hele onderneming wordt nagenoeg onmogelijk als de afzet plaatsvindt op een mat die inzakt bij elke stap die men erop zet. Het idee van touwtje springen in mul zand.
De voorgenomen salto is al mislukt nog voordat de draai wordt ingezet. Tim’s lange armen en benen lijken totaal niet te beseffen wat het plan achter deze afzet was. Zijn periferie bepaalt een eigen koers die niet overeenkomt met die van zijn romp. Het tafereel heeft iets weg van een galopperende giraffe die struikelt en ter aarde stort.
Het lijkt voor de hand liggend dat iemand na een dergelijke confrontatie met de eigen beperkingen geen tweede poging onderneemt.
Met de zojuist verworven tactiele kennis lijkt het op zijn minst raadzaam een eventueel tweede poging aan te passen. Tot mijn ontzetting onderneemt Tim op exact dezelfde wijze een tweede poging. De aanloop en afzet van de eerste poging hebben hun tol geëist.
De poging doet mogelijk nog hopelozer aan dan de voorafgaande. Ik kan een brede glimlach niet onderdrukken. Tim’s klasgenoten hebben zijn fysieke prestaties bekeken en blijven er onverschillig onder. Blijkbaar zijn ze gewend aan Tim’s acties. Buiten een licht cynisch: “Ik zou wat harder afzetten als ik jou was…”, wordt er geen aandacht aan zijn prestaties geschonken. “De mat is te zacht…!” is de conclusie van Tim die hij luidruchtig deelt met de adviseur.
Ik kan met moeite de vraag waarom hij dan in hemelsnaam een tweede keer op exact dezelfde wijze springt, onderdrukken. Een vrouw met een lijst en een pen stapt de zaal in. Ze kijkt wat onrustig om zich heen en lijkt niet precies te weten waar en hoe ze zal beginnen. Ze loopt naar me toe en vraagt of ik de gastdocent ben. Ik beaam dat.
Waarschijnlijk realiseert ze zich op dat moment dat ik haar niet verder kan helpen met de namen die ze al aan het aanvinken was op de presentielijst. Tim heeft in de gaten dat de vrouw nog zoekende is naar de manier waarop ze haar taak aan zal pakken. Gaat ze de aandacht van de groep vragen en de namen noemen? Of vult ze de namen in die ze kent en probeert ze vervolgens op een andere manier de lijst compleet te maken?
Ze is ondertussen naast me gaan zitten. Tim stapt op haar af en vraagt of ze iedereen kent. Blijkbaar heeft hij op basis van haar lichaamstaal de conclusie getrokken dat ze hulp kan gebruiken bij het invullen van de lijst. Tim verkleint de afstand tussen hem en de vrouw door te hurken en kijkt mee op de lijst. Om niet met zijn hand de hele lijst af te schermen wijst hij met zijn pink naar de nog ontbrekende namen en geeft hun aanwezigheid aan. Hij blijkt in staat zich in te leven in de wereld van de docent. Omdat hij zich ervan bewust is dat zijn hele hand op het papier misschien wat veel van het goede is, wijst hij bescheiden met zijn pink. Een tweetal minuten later ben ik begonnen met mijn les. Weerbaarheid heeft onder andere te maken met lichaamstaal en jezelf presenteren. Ook het lezen van lichaamstaal van anderen kan een meerwaarde hebben voor stage, werk, studie, of persoonlijke ontwikkeling. Ik besloot daarom bij wijze van kennismaking mijn waarnemingen zoals ik die hierboven beschreef te delen met de klas. ….. De herkenning zorgde voor hilariteit en werd de basis voor een geweldige les……. “Bedankt Tim…….”

Tijdens dit kwartier is er nagenoeg geen woord gesproken, toch was ik getuige van een bijzonder boeiend gesprek en soms monoloog. Zien dat iemand een blauwe spijkerbroek gaat de meeste van ons redelijk af. Echter, kijken wie de broek draagt en hoe de broek gedragen wordt, is soms veel interessanter.

Patrick van Neerden
Site-kick.nl training & advies

Related Posts

Column: Ach, dat hoort erbij…
boksende advocaten
Ervaren